dinsdag 26 maart 2013

"BAAS" JAN DE HAAN, journalist en schrijver.


JAN DE HAAN

Sonoy heeft ook in het boek "DE HOLLE POLSTOK" een belangrijke rol.
Daaruit bleek, dat Jan de Haan, als schrijver zich goed voorbereidde, als hij een historisch verhaal schreef.
Grappig is, dat Sonoy met het Staatse leger een nederlaag leed bij Noordhorn op 30 september 1581

Diederik Sonoy 
(1529-1597) 
Afbeelding bij dit verhaal
Zo weinig de Groninger en Ommelander calvinisten moesten hebben van graaf Willem Lodewijk van Nassau, zo’n rotsvast vertrouwen hadden ze in de watergeus Diederik (Dirk) Sonoy (1529-1597). 
Sonoy was geboren te Kalkar aan de Nederrijn, nam in 1566 deel aan het Compromis der Edelen, dat om vrijheden voor de gereformeerde religie vroeg, en zag zich in het volgende jaar genoodzaakt uit te wijken. 
In 1572 werd hij door Willem van Oranje tot gouverneur van Enkhuizen benoemd. 
Van daaruit veroverde hij Medemblik, Hoorn en andere plaatsen. 
Van 1572 tot 1588 was hij gouverneur van Hollands Noorderkwartier, waar hij oorlog voerde tegen de Spanjaarden. 
In het ontzet van Alkmaar (‘Van Alkmaar begint de victorie’, 1573) had hij een belangrijk aandeel. 
Opmerkelijk was de wreedheid, waarmee hij optrad tegen de katholieken en degenen die hij ervan verdacht met de vijand te heulen. 
In deze tijd kreeg hij te maken met de Spaanse kolonel Francisco Verdugo, die toen gouverneur van Haarlem was. 
Sonoy en Verdugo schreven elkaar brieven waarvan de omslachtige beleefdheid in schril contrast staat met de schampere en bittere verwijten die deze tegenstanders elkaar tegelijkertijd maakten. 
Sonoy wees er onder meer op dat Verdugo zijn naam ten volle waarmaakte (het Spaanse woord ‘verdugo’ betekent onder andere ‘beul’).
Tussen 1575 en 1580 diende Sonoy de graaf van Rennenberg en veroverde Kampen en Deventer voor de Staten. 
Nadat Rennenberg in 1580 samen met de stad Groningen de zijde van koning Filips II en het katholicisme had gekozen, bestreed Sonoy zijn voormalige superieur. 
Daarbij maakte hij kennis met Groningerland. 
Willem van Oranje stuurde hem naar Coevorden en Wedde om de toegangen 
naar Groningen af te snijden. 
In verband hiermee begon Sonoy met de aanleg van een schans te Bourtange. 
Nadat Staatse troepen zich bij Hardenberg door een koningsgezind hulpleger hadden laten verrassen (juni 1580), trok Sonoy zich samen met de rest van het Staatse leger uit Groningerland terug.
Een jaar later had Dirk Sonoy een belangrijk aandeel in de verovering van Friesland op de koningsgezinden. 
Op 19 juli 1581 wist hij bij Visvliet een koninklijke strijdmacht te verslaan. 
Aan deze successen kwam een einde door de slag bij Noordhorn (30 september 1581). 
In de Staatse legermacht die hier—door Verdugo!—vernietigend werd verslagen, vochten ook negen vendels van Sonoys Noordhollandse regiment mee.
Nadat de 18-jarige Maurits van Nassau in 1585 stadhouder van Holland en Zeeland en kapitein-generaal van de troepen was geworden, weigerde Sonoy de nieuwe leider trouw te zweren. 
Net als de meeste overtuigde gereformeerden wantrouwde hij de Hollandse regenten en beschouwde hij mensen als Maurits, Willem Lodewijk en Filips van Hohenlohe als hun instrumenten. 
Dezen heulden in het geheim met de vijand, zo meende hij. 
Trouw aan deze lijn koos hij in het conflict tussen de Staten-Generaal en de graaf van Leicester voor de laatste.
Terwijl de uitgeweken Ommelander heren en Willem Lodewijk plannen maakten voor een inval in Groningerland (zomer 1587), was Leicester samen met Dirk Sonoy bezig een coup voor te bereiden tegen de Staten-Generaal, graaf Maurits van Nassau en de Hollandse advocaat Johan van Oldenbarnevelt. 
Leicesters opzet mislukte, maar ook na het vertrek van de Engelse gouverneur probeerde Sonoy zich in het Noorderkwartier te handhaven. 
Maurits belegerde hem in Medemblik, maar er moest Engelse bemiddeling aan te pas komen om Sonoy ertoe te brengen Maurits de stad binnen te laten. 
Omdat de Staten van Holland van de lastige Sonoy af wilden en deze ook zelf niet langer in Staatse dienst wenste te blijven, kreeg hij zijn ontslag en emigreerde met zijn gezin naar Engeland. 
Daar kreeg hij van koningin Elizabeth een stuk overstroomd land, dat hij met kolonisten uit Noord-Holland bruikbaar probeerde te maken.
Enkele jaren later verhuisde hij naar het Oostfriese Norden, maar nadat Groningen door het Staatse leger was veroverd, ging hij op de borg Dijksterhuis in Pieterburen wonen. 
Daar overleed hij op 2 juni 1597 aan een beroerte. 
Dat Dirk Sonoy zijn laatste jaren op Dijksterhuis sleet was geen toeval: 
Het huis Dijksterhuis of Ten Dijke behoorde toe aan zijn schoonzoon Luert 
Manninga. 
Halverwege de zestiende eeuw was de Pieterbuurster borg in handen gekomen van Hayo Manninga, een hervormingsgezinde jonker die uit Oost-Friesland afkomstig was. 
In het jaar 1585, hetzelfde jaar waarin Sonoys enige dochter Emerentiana met Luert Manninga was getrouwd, was ook Dirk Sonoy zelf een (tweede) huwelijk aangegaan met een vrouw uit Groningerland: 
Johanna de Mepsche, dochter van Roelof de Mepsche (van Meyma te Rasquert) en Ode Tamminga.
Diederik Sonoy is begraven in de kerk te Pieterburen, waar een rouwbord aan hem herinnert.



DE TORENKLOK ZWEEG...........
De mislukte overrompeling van Sluis















Uit de geschiedenis:
De Slag bij Sluis was een zeeslag tijdens de Tachtigjarige Oorlog op 26 mei 1603
tussen een Spaanse vloot onder Frederik Spinola en een Zeeuwse vloot onder 
Joost de Moor.

Slag

Frederik Spinola was een kaperkapitein die reeds bij Portugal een nederlaag had 
geleden tegen een Engels eskader en bij Oostende tegen een Hollands eskader.
In Sluis herbouwde hij zijn vloot. Buitengaats wachtte een blokkade-eskader van 
twee galeien, een kleiner schip en een bewapende koopvaarder onder Joos(t) 
de Moor.
Op 26 mei kwam Spinola naar buiten, profiterend van een windstilte, waardoor 
de Zeeuwse vloot in Vlissingen De Moor niet te hulp zou kunnen komen.
Spinola beschikte over acht grote en vier kleinere galeien, alle goed bemand:
250 roeiers en nog eens 200 soldaten.
De in Dordrecht gebouwde Zwarte Galei onder kapitein Michielszoon werd 
door twee van de grote Spaanse galeien geramd.
De Spanjaarden probeerden te enteren, maar werden door enkele wel gerichte 
kanonschoten tegengehouden, waarna met zwaard, pistool en mes verder 
werd gevochten.
De galei van Joost de Moor werd door twee vijandelijke galeien aangevallen, 
maar ook hier wisten de Spanjaarden niet de overhand te halen. 
De kleinere Zeeuwse galei werd eveneens door vier Spaanse schepen 
aangevallen, maar gaf hun zo'n warm onthaal dat deze vier schepen zich bij 
een hernieuwde aanval op de Zwarte Galei voegden.
Na ongeveer een uur slaagde admiraal Haultain er in de haven van Vlissingen 
met de Zeeuwse vloot te verlaten.
De Spaanse vloot trok zich, zwaar beschadigd, terug naar Sluis. 
Spinola was dodelijk gewond geraakt.
Ook De Moor en Pieterszoon waren gewond, doch herstelden.
Kapitein Michielszoon werd gedood, luitenant Hart leidde hierna de verdediging 
van het schip.
Deze slag was de enige zeeslag tijdens de Tachtigjarige Oorlog waarbij aan 
beide kanten galeien werden ingezet


Zeeslag bij Sluis. Aert Meuris.

Jantje van Sluis

Jantje van Sluis is de bijnaam van een gekleurd houten beeldje uit 1424,
dat is gemaakt door Jacob van Huse en dat in Sluis in het belfort staat en 
op gezette tijden de klok slaat. 
Over de oorsprong van dit beeldje doen diverse volksverhalen de ronde. 
Een centraal verhaalelement is dat Sluis in 1604 door Prins Maurits werd 
veroverd en dat de Spanjaarden de stad weer in handen wilden krijgen. 
In 1606 was het zover tijdens de Aanval op Sluis (1606).
De Spanjaarden verzonnen een list, waarbij ze een leger opstelden bij de 
Oostpoort, terwijl aan de zuidzijde een schijnmanoevre moest plaatsvinden 
om de aandacht af te leiden. 
Op het afgesproken tijdstip, als de klok zou slaan, diende de aanval te 
worden ingezet.
De klok sloeg echter niet, want de klokkensteller, bijgenaamd Jantje van 
Sluis, was die dag juist naar de kermis geweest en had daar een biertje te 
veel gedronken.
Hij liet zijn zoon en zijn neef de klok opwinden. 
Zij deden het te stevig, waardoor het klokmechanisme dienst weigerde.
Hierdoor sloeg de klok niet. 
De Spanjaarden dachten aan verraad en durfden de stad niet in te nemen. 
Toch werden er nog enkele pogingen ondernomen om de stad in te nemen. 
Hierbij kwam een aantal wachten van de Oostpoort om het leven, omdat 
juist bij hun aankomst de springladingen ontploften die de valbruggen
moesten ontgrendelen.
Jantje van Sluis is sindsdien de held van Sluis.Het belfort werd tijdens de Tweede 
Wereldoorlog in 1944 verwoest, maar het beeldje bleef ongedeerd. 
Het is later in het gerestaureerde belfort teruggeplaatst en geeft sindsdien 
weer de tijd aan door elk kwartier op de klok te slaan.








dinsdag 7 februari 2012

Het gezin van de journalist en schrijver Jan de Haan




MASTERBOKKE WERK VAN JAN FOLKERTS DE HAAN
Links naar mijn andere sites






JAN FOLKERTS DE HAAN en GRIETJE DRAGSTRA

Jan de Haan en Grietje de Haan 25 jaar getrouwd

Verloving van GRIETJE DRAGSTRA en JAN FOLKERTS DE HAAN
Vader_de_haan_3
JAN FOLKERTS DE HAAN
   

FOLKERT JANS DE HAAN, JAN FOLKERTS DE HAAN, JAN THIJS JANS DE HAAN, THIJS TEUNIS JANS DE HAAN

Nieuwe Provinciale Groninger Courant


De Nieuwe Provinciale Groninger Courant was een regionaal dagblad in de provincie Groningen
De krant verscheen voor het eerst in 1866, het laatste nummer verscheen op 31 december 1964.
De Nieuwe Provinciale Groninger Courant was bedoeld als spreekbuis voor de Anti-revolutionairen in Groningen. 
Aanvankelijk verscheen de krant drie keer per week, vanaf 1911 dagelijks. Voor de Tweede Wereldoorlog werd de krant jarenlang geleid door Albertus Zijlstra die ook kamerlid was voor de ARP.
In 1941 werd de uitgave verboden door de bezetter. 
Direct na de oorlog beleefde de krant zijn grootste bloei onder de nieuwe hoofdredacteur Pieter Jongeling
Jongeling zorgde echter ook voor tweespalt binnen de krant door zijn keuze voor de vrijmaking
Uiteindelijk werd hij in 1948 ontslagen en begon het Gereformeerd Gezinsblad
Met Jongeling vertrokken ook veel lezers, waarna de teloorgang begon. 
De krant werd in 1962 overgenomen door Trouw, die de uitgave eind 1964 beëindigde.
De eerste uitgever van de krant was Jan Haan. 
De krant werd in Groningen daarom ook wel de krant van Jan Tude (tude is Gronings voor haan) genoemd.

Nieuwe Provinciale Groninger Courant
De Nieuwe Provinciale Groninger Courant was een regionaal dagblad in de provincie Groningen.
De krant verscheen voor het eerst in 1866, het laatste nummer verscheen op 31 december 1964.
De Nieuwe Provinciale Groninger Courant was bedoeld als spreekbuis voor de Anti-revolutionairen in Groningen. Aanvankelijk verscheen de krant drie keer per week, vanaf 1911 dagelijks. Voor de Tweede Wereldoorlog werd de krant jarenlang geleid door Albertus Zijlstra die ook kamerlid was voor de ARP.
In 1941 werd de uitgave verboden door de bezetter. Direct na de oorlog beleefde de krant zijn grootste bloei onder de nieuwe hoofdredacteur Pieter Jongeling. Jongeling zorgde echter ook voor tweespalt binnen de krant door zijn keuze voor de vrijmaking. Uiteindelijk werd hij in 1948 ontslagen en begon het Gereformeerd Gezinsblad. Met Jongeling vertrokken ook veel lezers, waarna de teloorgang begon. De krant werd in 1962 overgenomen door Trouw, die de uitgave eind 1964 beëindigde.
Het voormalig pand van De Nieuwe Provinciale Groninger Courant is gevestigd aan de Wipstraat te Groningen.

Jan Haan (1841-1908)
Uitgever van de Nieuwe Provinciale Groninger Courant.



foto

Nieuwe Provinciale Groninger Courant

De journalist JAN DE HAAN
Geboren in Boornbergum (Fr) 14 maart 1906
Overleden in Groningen 18 augustus 1978

Hij schreef ook onder het pseudoniem DAEN HANJA.
Na de lagere school kwam hij in de tweede klas van de Christelijke kweekschool te Sneek terecht, die hij in 1924 als jong onderwijzer verliet.
Bij gebrek aan werk solliciteerde hij bij de redactie van het Friesch Dagblad in Sneek.
Op een briefkaart werd hem meegedeeld, dat hij kon komen tegen een salaris van f 10,- per week,
Op het kantoor in Sneek werd hij bij gebrek aan mankracht meteen voor de volle honderd procent ingezet.
In 1941 hield het Friesch dagblad op te verschijnen:
De redactie en de directie wilden zich niet neerleggen bij de bevele van de Duitse Presserat.
De Haan zat dientengevolge zonder werk en ging er dus een boekhouddiploma bijhalen.
Die studie samen met administratief voor de Gereformeerde Kerk, waarvan hij lid was, liet hem toch nog vrije tijd.
In deze oorlogsjaren was het dat zijn eerste historische kinderboeken ontstonden.
"Fen bûgjen frjemd".
De tendens van het manuscript was wel zo opstandig, dat zijn vrouw het om veiligheidsredenen verborg in de bergruimte onder haar naaimachine.
Na de oorlog werd het het boek uitgegeven.
Later volgden meer titels in hetzelfde genre.
Na de oorlog vertrok Jan de Haan naar Groningen, waar Jan Haan "De nieuwe provinciale Groninger Courant"opnieuw deed verschijnen.
Daar werd Jan de Haan tot "Baas de Haan".
Vijfentwintig jaar lief en leed heeft hij met deze krant gedeeld, eerst als chef- redacteur, later als hoofdredacteur, totdat de krant in 1965 opging in het dagblad Trouw.
Tot 1972 is "Baas de Haan"chef- redacteur van de Noord- editie van Trouw

Friesch Dagblad

Het Friesch Dagblad is een Nederlands protestestants- christelijk dagblad dat in Friesland, het Groningse Westerkwartier en de Noordoostpolder verschijnt.
Het is het enige zelstandige regionale dagblad van Nederland.
De eerste krant kwam in 1903 van de drukpers.
De krant was gericht op de gereformeerde, antirevolutionaire zuil. net als in die tijd De Standaard en na de oorlog Trouw. 
Het Friesch Dagblad heeft dit karakter sterker behouden dan Trouw, al is het lezerspubliek nu breder geworden.
Een voorbeeld daarvan is de sport op zondag.
De krant stond er lange tijd om bekend daaraan geen aandacht geen aandacht te te besteden, maar dat is al lange tijd. niet meer het geval.
Het Friesch Dagblad past zich aan de ontwikkelen en maatschappij aan en ook op zondag wordt door redacteuren gewerkt.
Zo blijft de krant net als collega- kranten actueel.
In de Tweede Wereldoorlog verscheen het Friesch Dagblad niet meer vanaf het moment dat kranten in Nederland onder censuur kwamen te staan. 
Na de oorlog werd de draad weer opgepakt


Het Friesch Dagblad wordt bestuurd door een vereniging van lezers, maar heeft ook enkele commerciële  bv's, die zorgen voor de benodigde inkomsten.
De krant beschikt over een eigen drukpers en is redactioneel volledig onafhankelijk.
Hoofdredacteur anno 2008 is Lútzen Kooistra.
Behalve de dagelijkse krant bezit het Friescha Dagblad nog enkele andere produkten, met name weekbladen. 
Hieronder valt onder valt onder andere Het goede Leven , een landelijk christelijk weekblad.
Daarnaast bezit het Friesch Dagblad nog enkele kerkbladen, zoals het Christelijk Weekblad (landelijk), Kerk in Stad (voor de stad Groningen), Kerkblad van het Noorden en Geandewei (Fryslân).
Eeen nieuw initiatief is de Startkrant, tevens een christelijk blad, welke vier per jaar verschijnt en gratis wordt verspreid.
De Friezen verkeren in de positie dat lezers kunnen kiezen uit twee regionale dagbladen, dit in tegenstelling tot de meest andere provincies in Nederland.
Het andere regionale dagblad in Friesland is de Leeuwarder Courant.
Eind 2008 begon het Friesch Dagblad tevens met het aanbieden van een mobiele telefooservice, te weten  Skilje en heeft zij een webshop

De overgang van Sneek naar Groningen werd bij vader gemotiveerd door de mogelijkheid om Jan Haan niet alleen een krant uit gaf, maar ook leesboeken, vooral boeken voor de jeugd.


Maar het kan zijn, dat vader teleurgesteld was in de leiding van het Friesch Dagblad. 
Het fijne weet ik er niet van.


De Nieuwe Provinciale Groninger Courant

was een regionaal dagblad in de provincie Groningen

De krant verscheen voor het eerst in 1866, het laatste nummer verscheen op 31
december 1964.
De Nieuwe Provinciale Groninger Courant was bedoeld als spreekbuis voor de 
Anti-revolutionairen in Groningen. 
Aanvankelijk verscheen de krant drie keer per week, vanaf 1911 dagelijks.
Voor de Tweede Wereldoorlog werd de krant jarenlang geleid door Albertus Zijlstra 
die ook kamerlid was voor de ARP.
In 1941 werd de uitgave verboden door de bezetter. 
Direct na de oorlog beleefde de krant zijn grootste bloei onder de nieuwe hoofd- 
redacteur Pieter Jongeling
Voor de Tweede Wereldoorlog werkte hij op de kwekerij van zijn grootvader en 
later als journalist voor de Nieuwe Provinciale Groninger Courant
Als journalist werkte hij soms onder pseudoniem als P. van Akkerwoude, A. Mos 
en G. le Clerq. 
Op 1 februari 1940 trouwde hij met Klaassina Heerema. 
Samen zouden zij vier zonen - waarvan er één jong overleed - en zes dochters 
krijgen.
Tijdens de eerste jaren van de oorlog was Jongeling actief in het verzet, bij de 
antirevolutionaire kadergroep.
Deze groep gaf voorlichting over actuele vraagstukken. 
Vanaf april 1942 zat hij gevangen, eerst in het concentratiekamp Amersfoort
later in het concentratiekamp Sachsenhausen.
In 1945 nam hij nog deel aan de zogeheten dodenmars voor het oprukkende 
Sovjet-leger.
Uiteindelijk kwam hij vrij toen de Duitsers zich aan het einde van de oorlog 
overgaven
In 1945 keerde hij terug naar Groningen en werd hij hoofdredacteur van de 
Nieuwe Provinciale Groninger Courant.
Na een conflict met de directie stapte hij op en werd hij hoofdredacteur van 
De Vrije Kerk.
Later zou dit blad verder gaan onder de naam Gereformeerd Gezinsblad en 
weer later onder de naam Nederlands Dagblad.
VAN RULLER

Zijn opvolger werd Van Ruller bleef tot 1948 verbonden aan de redactie van 
Trouw, waarna hij hoofdredacteur van de Nieuwe Provinciale Groninger Courant werd.
Als hoofdredacteur van dit confessioneel- gereformeerde dagblad voerde hij bijvoor-
beeld van 1949 tot 1952 actie tegen Nederlandse communisten, die door middel van
"vredeacties" en acties tegen werkloosheid hun invloed in Nederland trachtten te 
vergroten.
Van Ruller schreef ook enkele artikelen over het verzet in Nederland tijdens de oorlog.
Van Ruller beschouwde deze krant meer als een politiek wapen en gebruikte als hoofd-
redacteur als opstap om wethouder te worden in Groningen.
Daar stak hij veel tijd in en hij verzocht de chef- redacteur om de hoofdartikelen te 
schrijven.
De Haan schreef de hoofdartikel op verzoek, totdat hij ontdekte, dat Van Ruller de 
complimenten in zijn eigen zak stak.
Zijn vrouw sprak wel eens met collega- echtgenotes en was zeer verontwaardigd.
Van Ruller misbruikte zijn collega's om op deze manier wethouder te worden. 
In 1953 werd Van Ruller lid van de gemeenteraad van Groningen, en in 1959 werd hij
wethouder aldaar.
In 1969 werd hij gepensioneerd

Redactie van Nieuwe Provinciale Groninger Courant
G. Elzenga 
(hoofdredacteur): 
2 juli 1886-30 mei 1888  

G. Elzinga 
1 juni 1888-8 juni 1901  

A. Brummelkamp jr. 

(hoofdredacteur)
1 juni 1888-1 okt. 1897 

M.H.A. van der Valk

(hoofdredacteur)
1898- 
apr. 1899  

J.C. Wirtz 
apr. 1899-dec. 1899  


J.C. Wirtz 
(hoofdredacteur)

jan. 1900-1 okt. 1905 


J. van der Molen Tzn. 

apr. 1899-1 aug. 1905  


J. Fokkens 

apr. 1899-1905  


A. Zijlstra 

(hoofdredacteur) 

1 okt. 1905-1 okt. 1940


H. Kingmans (hoofdredacteur)
24 okt. 

1940- 1 juli 1945 ( 

P. Jongeling 

(hoofdredacteur) 

1 juli 1945-apr. 1948 

E. van Ruller 

(hoofdredacteur) 
apr. 1948-jan. 
1958  

W.H. van den Brink 

(hoofdredacteur) 

jan. 1958-jan. 1962 

J. de Haan (hoofdredacteur)
jan. 1962-1 jan. 

1965 


J.C. Wirtz was hoofdredacteur van de nieuwe Provinciale Groninger Courant.

Zijn naam werd gegeven aan de school, die ik heb bezocht.

De school hoorde eigenlijk bij de Oosterkerk in Groningen.


De krant werd in 1962 overgenomen door Trouw, die de uitgave eind 1964 beëindigde.
De eerste uitgever van de krant was Jan Haan. 
De krant werd in Groningen daarom ook wel de krant van Jan Tude (tude is Gronings voor haan) genoemd.

Geschiedenis

Trouw verscheen voor het eerst op 18 februari 1943, oorspronkelijk onder de naam Oranje-Bode, als illegale krant op initiatief van een groep orthodox-protestantse verzetsmensen.
Enkelen waren eerder actief bij het illegale blad Vrij Nederland, dat al in 1940verscheen. 
Zij verlieten VN in 1942 na een conflict tussen dr. J.A.H.J.S. Bruins Slot en H.M. van Randwijk over de politieke lijn.
Trouw trad zo in de plaats van De Standaard, waar de NSB'er Max Blokzijl ‘toezichthoudend redacteur’ was geworden. 
De eerste edities werden gedrukt bij een theologische uitgeverij aan de Prinsengracht 493.
Van de verzetsmensen die het illegale Trouw maakten en verspreidden werden honderddertig door de bezetter gearresteerd en gedood, onder wie een van de oprichters, de onverzettelijke Wim Speelman
De Duitsers hebben echter de verschijning tot aan de bevrijding in mei 1945 niet kunnen verhinderen. 
Het lezerspubliek van Trouw behoorde in de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog tot de achterban van de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Anti-Revolutionaire Partij.

Na de oorlog
De eerste hoofdredacteur van het naoorlogse Trouw werd Bruins Slot.
Hij bleef dat tot 1971
Hij was na de bevrijding lid van de ant revolutionaire fractie in de Tweede Kamer en zag Trouw primair als een politiek orgaan. 
Dat kwam vooral tot uiting in de hoofdredactionele commentaren, die sterk overeenkwamen met de behoudende lijn van de antirevolutionaire fractie in de Kamer. 
Vier jaar lang, tot eind 1949, bepaalde het verzet tegen de dekolonisatie van Indonesië grotendeels de inhoud van deze commentaren. 
Ook keurde de krant de ‘doorbraak’ van christenen naar de Partij van de Arbeid hevig af. 
Later verzette de krant zich krachtig tegen de overdracht van Nieuw-Guinea aan de Republiek Indonesia. Pas in 1963 kwam de ‘ommezwaai’. 
De hoofdredacteur van Trouw veranderde in korte tijd van inzicht en ‘bekeerde’ zich tot een radicale evangelische politiek. 
Het gevolg voor Trouw was dat het een ‘open krant’ werd die zich gaandeweg losmaakte van het orthodoxe protestantisme.
Maar de krant bleef het nieuws brengen inclusief het nieuws van het protestants kerkelijk erf.
Trouw werd steeds meer een hippe krant met anarchistische trekjes.
Die verandering werd niet tegengehouden door de Stichting De Christelijke Pers, die waakte over de identiteit van de krant.
Er kon echter in die jaren zestig en zeventig nog niet gesproken worden van een professioneel geleid dagblad met eenheid van beleid en stijl. 
Bovendien bleef het financieel bergafwaarts gaan. 
In 1971 opperde de Stichting de Christelijke Pers daarom dat Trouw zou fuseren met de Kwartetbladen, een viertal protestants-christelijke dagbladen in Zuid-Holland, die ook geldgebrek hadden. 
Hoewel het kwartet een veel behoudender signatuur had, werd de fusie na een jaar een feit, maar het ontbrak aan redactionele eenheid.
De Trouw-redacteuren en hun collega’s van het Kwartet hadden grote moeite elkaar te accepteren. En bij de fusie-onderhandelingen was het te weinig gegaan over de redactionele formule.
De fusie gaf maar korte tijd opluchting. Veel lezers haakten af, de ene groep omdat de krant zijn orthodoxe oorsprong had verlaten, en anderen omdat de krant toch nog steeds een orgaan van de verzuiling was. 
De innerlijke tegenstellingen maakten het moeilijk aan verbetering van het fusieproduct te werken. 
De krant hinkte op vele verschillende gedachten.
Daarin kwam pas verandering nadat Trouw in 1975, opnieuw door geldgebrek gedreven, toetrad tot de Perscombinatie
De redactie verhuisde van de Nieuwezijds Voorburgwal naar de Wibautstraat, waar ze introk bij Het Parool
Hier raakte de krant voor het eerst in de omgeving van echte krantenuitgevers. 
Er kwam geld beschikbaar voor een re-styling van de krant en aan de hoofdredactie werden professionele eisen gesteld. 
De redactie ging steeds meer bestaan uit in de journalistiek opgeleide lieden. 
Er brak een periode aan van experimenten met de vormgeving. 
Er kwam veel meer aandacht voor persfoto’s en de ‘broodletter’ werd schreefloos
Dat laatste werd overigens enkele decennia later teruggedraaid.



Jan de Haan was hoofdredacteur van 1962- 1965.

Hij had om zich heen verzameld beginnende journalisten, die graag leerden van de hoofdredacteur leerde.
Hij werd al gauw aangesproken met "BAAS.

JAN DE HAAN was als hoofdredacteur:

Baas De HAAN
Veel dingen werden verbeterd.
Geleerd van vroegere ervaringen, mocht ieder, die iets had geschreven in de krant ondertekenen.
De journalisten konden bij aanwijzing columns schrijven voor de krant.
Ik herinner me de columns van Van Zweeden
Het in memoriam van collega en vriend Roelof K. Heijs

In memoriam

Jan de Haan

J(an) de Haan overleden. 
Een journalist die een halve eeuw zowel zijn grote liefde als zijn vele talenten heeft gegeven aan de protestantse provinciale pers. 
Een leven in de journalistiek dat hem geen enkel gewin, vele teleurstellingen en ondanks alles voldoening opleverde. 
Hij genoot gezag en verwierf vrienden ver buiten de kring van de eigen ”krant”. 
In de Gronings Drentse Journalisten Vereniging, die hem graag als gast ontving, niet minder dan in de PDJK waarvan hij principieel lid was.
Kort na de oorlog kwam De Haan, die onderwijzer wilde worden maar door werkloosheid journalist werd, van het Fries Dagblad over naar de Nieuwe Provinciale Groninger Courant. 
Een Fries die zeer snel volledig werd geaccepteerd in de Groninger kring. 
Een vooroorlogse journalist – hij gaf méé de stoot tot het verdwijnen van het Friesch Dagblad als één der aller eersten en zeer weinigen onder de Duitse bezetting – die wonderwel kon omspringen met het vreemde volkje dat toen bij de (destijds nog) vijf Groninger kranten wel even alles zou vernieuwen. Baas de Haan – niemand noemde hem meneer, niemand piekerde erover hem te tutoyeren:
‘Baas’ was hij niet als macht – maar als gezaghebbende – gaf altijd ronduit zijn mening. Onverbloemd, maar steeds met een filosofische ondertoon en doortrokken van blije verdraagzaamheid. 
In de kleine tien jaar dat hij mijn chef en mijn vriend was, heeft hij mij en talloze collega’s van vrijwel al die Groninger kranten méér geleerd en vooral meer doordrongen van de innerlijke waarden der journalistiek dan welke hoofdredacteur ook. 
Zat je in de knoei, privé dan wel bij je krant, baas De Haan was altijd bij de hand.
Zo nodig tegen de hoofdredacteur in.

De Haan heeft gevochten voor de Nieuwe Provinciale, maar kon het tij niet keren. 
Dood tij door gemiste kansen zowel als fouten in beleid waarop hij geen invloed uit kon oefenen.
De overgang van de Nieuwe Provinciale en de Nieuwe Drentse naar Trouw was voor hem, toen hoofdredacteur, een bittere zaak. 
Bitter vooral omdat het volgens hem niet nodig en eigenlijk ook onvergeeflijk was. 
Niettemin ook als chef van de noordelijke editie van Trouw bleef hij letterlijk en figuurlijk trouw.

Woensdag 23 augustus is baas De Haan begraven.
Ik weet hoe hij de psalmen lief had, in het bijzonder ook psalm 42 met daarin de regels ‘Wanneer mag ik komen, mij laten zien voor uw aangezicht.’ 
Ik ben er zeker van dat baas De Haan zich kon laten zien voor het aangezicht van de Enige, de Eeuwige en de Altijd Aanwezige.
Moge dit zijn vrouw, zijn kinderen en kleinkinderen tot troost zijn in hun verdriet en eenzaamheid.

ROELOF K. HEIJS
Roelof K Heijs en echtgenote


( uit het blad van de Protestants -  Christelijke Journalistieke Kring)


Oud-journalist Van Zweden overleden

maandag 7 februari 2011
Op 25 januari is oud-journalist C.G. van Zweden (82) overleden aan de gevolgen van kanker.
Tussen 1965 en 1991 was Van Zweden werkzaam bij dagblad Trouw.
Hij was onder andere redacteur binnenland, werkte voor de non-fictie boekenpagina’s en was redacteur van de opiniepagina.
Zijn journalistieke carrière begon hij in 1959 bij het Zeeuws Dagblad en vanaf 1962 werkte hij vervolgens bij de Nieuwe Provinciale Groninger Courant, destijds een kopblad van Trouw.
Tussen 1988 en 1995 verschenen drie boeken van zijn hand bij uitgeverij Kok in Kampen.
Evert (Eef) Brouwers
Zwolle 9 maart 1939
Hij is een Nederlands journalist, directeur generaal en woordvoerder.



LEVEN

Brouwers begon zijn carrière als journalist bij de Nieuwe Provinciale Groninger Courant en vervolgens als nieuws presentator bij Regionale Omroep Noord en Oost, AVRO, NOS Studio Sport, NOS en Nos Journaal.
Van 1977- 1983 was hij hoofdredacteur van de Noord- Nederlandse regionale tijdschrift Nieuwsblad van het Noorden.
Daarna was hij hoofd woordvoerder van de Philips- concern, een positie die hij voor tien jaar innam.
In 1995 maakte hij een carrière move naar directeur- generaal van de Nederlandse inlichtingendienst geworden RVD, een positie die hij tot 1 januari 2004.


Eef Brouwers

Eef Brouwers raakt, zoals hij zelf aangeeft, als middelbare scholier geïnteresseerd in journalistiek door het lezen van een boek waarin een journalist de avontuurlijke en succesvolle hoofdpersoon is.
De titel van dat boek? "
"Ik zou het werkelijk niet meer weten".
Wel duidelijk is dat hij in zijn HBS-tijd lijd wordt van AVRO- Minjon, de jeugdomroep van de AVRO die onder leiding van Herman Broekhuizen jongeren de kans geeft met eigen programma's de Hilversumse readio te halen.
Zo heeft hij rolletjes in hoorspelen en fungeert hij als geluidsinspeciënt.
Zijn intrede in de journalistiek doet hij in 1956 als leerling- verslaggever bij de Nieuw Provinciale Groninger Courant, een klein protestants- christelijk dagblad dat veel later in Trouw zal opgaan.

Kranten en regionale omroepen

Na de in die tijd- tweede helft jaren vijftig- drie verplichte jaren als leerling- journalist werk hij enkele jareb in Groningen en Drenthe als freelancer voor verschillende regionale en landelijkme kranten, waarna hij als stadsredacteur- verslaffever in dienst treedt hij bij het Utrechts Nieuwsblad.
Vervolgens gaat hij terug naar Groningen, waar het dagblad Nieuwsblad van het Noorden een positie voor hem heeft als redacteur binnen- en buitendland.
De verslaggeving trekt hem echter meer dan het zittende bureauwerk en zo zwerft hij na betrekkelijk korte tijd al weer door Groningen, Friesland en Drenthe.
ook maakt hij teksten voor de omroep.
Hij valt in vakantieperioden of bij ziekte in voor de vaste omroepers van de Regionale Omroep Noord en oost, die de provincies Groningen, Riesland, Drenthe, Overijssel en Gelderland bedient, en verlaat na een aantal jaren de krant waar hij met veel plezier werkt om bij de RONO als chef Actualiteiten en Sport in vaste dienst te treden.

Radio en televisie

Een jaar later al maakte hij de overstap naar AVRO's Radiojournaal in Hilversum.
Naast zijn werk als radioreporter presenteert hij samen met de Friese cabaretier Rients Gratama eerst eenmaal en later twee maal in de week op de radio het familieprogramma Mobiel.
Hij herinnert zich de aankondiging nog als de dag van gisteren:
"Mobiel, een bewegelijk programma van en voor bewegelijke mensen, onder regie van Jo Vischer junior".

Ziekte van AVRO's vaste sportverslaggever Dick van Rijn maakt dat Eef Brouwer door zijn eigen omroep, naast zijn werk als verslaggever in de Tweede Kamer, op zondag als het ware uitgeleend aan het sportprogramma Lans de Lijn van de gezamenlijke omroepen.
Na korte tijd wordt hij gevraagd om als presentator mee te werken aan het NOS- televisieprogramma Studio Sport, waar hij later als redacteur- presentator in vaste dienst treedt.

NOS Journaal en Polygoon

Na een tip van regisseur Henny Budde start Brouwers in januari 1973 als redacteur- nieuwslezer bij het NOS Journaal.
Ëen schitterend tijd daar gehad", zei hij zelf vele jaren later.
Net als Joop van Zijl valt hij ook wel eens in voor Philip Bloemendal van het Polygoon bioscopjournaal.
Hij noemt dat een "totaal andere manier van presenteren, stukken sneller en helemaal in de lijn van Philip dan ook nog eens gekruid met humor".
Het presenteren van Studio Sport en vervolgens het NOS Journaal maakt tot hem tot een bekende Nederlander, maar voor hemzelf blijft de verslaggeverij, het maken van reportages een heetrlijke krent in de dagelijkse niouwsbrij.
De twee Molukse treinkapingen in respectievelijk 1975 (Wijster) en 1977 (De Punt) en de bezetting van een lagere school in Bovensmilde staan hem npg altijd scherp voor de geest.

Terug naar de krant

In 1977 krijgt Brouwers de kans om Adjunct- hoofdredacteur en enkele maanden later hoofdredacteur te worden van zijn oude krant, het dagblad Nieuwsblad van het Noorden.
Omdat zijn vrouw en hij beiden in het moorden va\n het land zijn opgegroeid twijfelt hij niet lang over de terugkeer van de televisie naar de krant.

Philips

Op een congres van het Genootschap van Hoofdredacteuren in Eindhoven ontmoet hij in het voorjaar 1982 enkele leden van de Philipstop, onder wie de nog kersverse president Wisse Dekker.
Een half jaar later treedt hij bij het Philipsconcern in dienst als hoofd van de toenmalige Philips Persdienst.
Eerst in de functie van adjunct- directeur, maar binnen een jaar als directeur.
Hij is de woordvoerder van de president- achtereenvolgens Wisse Dekker, Cor van der Klugt en Jan Timmer- en de andere leden van de Raad van Bestuur.
Zijn journalistieke vrienden bezien zijn overstap van de journalistiek naar het het internationale bedrijfsleven geheel in de geest van die tijd aanvankelijk met gefronste wenkbrauwen, maar als blijkt dat hij de taal van de journalist blijft verstaan verloopt de samenwerking steeds soepeler.
Zelf noemt hij het werken met de media in sterk van Nederland verschillende culturen een uitdaging, waar hij veel van heeft opgestoken.

Rijksvoorlichtingsdienst    
In de periode dat nogal wat van zijn oud- collega's vanwege grote veranderingen in demedi
wereld aan de VUT denken plakt Brouwers er in voorjaar 1995 nog negen jaren als baas van de Rijksvoorlichtingsdienst aan vast.
Hij begint er als hoofdirecteur en eindigt er als Directeur- feneraal.
Hij is woordvoerder van de minister- president (tweemaal Kok en tweemaal Balkenende) en dient ook de Koningin en de leden van het Koninklijk Huis.
En ook in deze baan verschijnthij zelf weer met een zekere regelmaat in het nieuws.

VERDER

Na zijn pensionering wordt hij gevraagd voor commissaris, besturen en adviseurschappen,
zoals bijvoorbeeld de Alzheimerraad.
De in zovele actieve jaren opgedane relaties op breed terrein komen daarbij goed van pas.
Op de vraag hoe hij het liefste herinnerd zou willen worden, denkt hij even na.
Toch maar het liefste als een van huis uit verlegen jongen, die werd wat hij op school al wilde worden, als iemand die in elk geval zijn best heeft gedaan er op zijn manier het beste van te maken. 



RUDIE VAN MEURS















Achtergond

Mijn eerste berichten verschenen in de Rotterdamse editie van het dagblad Trouw.
Dat was in 1960.
Ik was correspondent van het eiland waar ik woonde.
Trouw werd bij ons thuis bezorgd.
Mijn vader las het al in de oorlog.
Vandaar.
Later vroeg ook de regionale redactie van het Diemer-kwartet (dat ondermeer 'De Rotterdammer' uitgaf) om bijdragen.
'De Rotterdammer' was steiler en simpeler.
Mijn voorkeur ging uit naar Trouw.
Later ging ik er werken.
Eerst in Groningen bij het kopblad 'De Nieuwe Provinciale Groninger Courant'.
Daarna in Amsterdam.
Sindsdien heb ik duizenden berichten, reportages, interviews, achtergrondverhalen, features en hoe dat allemaal heten mag geschreven.
Ze zijn ongetwijfeld voor een belangrijk deel nog terug te vinden in bijvoorbeeld de archieven van Trouw, De Groene Amsterdammer, Vrij Nederland en BNG (het magazine van de Bank Nederlandse Gemeenten) waarvoor ik de bijdragen schreef.
De laatste tien jaar maakte ik daarnaast radio-documentaires en radio-interviews voor de Humanistisch Omroep en de VPRO (ondermeer de rubrieken Argos en 'Buitenland').
Ook die zijn op cassettes bewaard gebleven en op te vragen.
Bij het televisie-programma 'Lopende Zaken' van de VPRO werkte ik vanaf 1997 als, wat zo mooi heet, 'senior editor'.
Ik produceerde diverse documentaires en kortere uitzendingen.
Ze zijn op band verkrijgbaar.
Veel van wat ik de laatste jaren schreef of maakte (zoals dat bij radio en televisie heet) is bovendien terug te vinden op internet, via de websites van VPRO en Vrij Nederland. Onlangs ontdekte ik bij toeval zo'n vijftig verhalen en andere bijdragen van mezelf op download@pica.nl (www.pica.nl, inloggen vereist).
Om de eeuwigheidswaarde van wat ik zoal doe, zelf een beetje te kunnen sturen heb ik nu een eigen website: www.polderpers.nl.
Om eerlijk te zijn heeft mijn zoon Mark, website-bouwer van professie en samen met een vriend eigenaar van www.kortom.nl me aangemoedigd deze website te beginnen.
De naam polderpers heeft niets te maken met het poldermodel, dat verfoeilijke systeem van handjeklap, verdeel en heers en achterkamertjes-overleg dat de Partij van de Arbeid overnam van de vroegere Katholieke Volkspartij(KVP).
De naam polderpers heeft alles te maken met de modder en mest waaruit ik
Curriculum Vitae
Rudie van Meurs (1939)

Was kruidenier en eierenverzamelaar toen hij in 1960 correspondent op free-lance basis werd bij Trouw en het Diemer-kwartet, een verzameling regionale bladen van protestant-christelijke signatuur.
Twee jaar later trad hij in dienst van de Nieuwe Provinciale Groninger Courant. In 1965 verhuisde hij naar Amsterdam om verslaggever te worden bij Trouw.
Schreef vooral sociale reportages in binnen- en buitenland zoals een serie verhalen over de automatisering bij General Motors in Detroit. Werkte enige tijd als chef-nieuwsdienst.
Was medewerker van De Groene Amsterdammer, Sjaloom en andere periodieken. Was drie jaar actie-secretaris van de Amsterdamse pers.

Van 1974 tot 1994 redacteur bij Vrij Nederland.
Maakte veel verhalen die worden beschreven als 'onderzoeksjournalistiek'.
Lange series artikelen over bijvoorbeeld het 'Nollen-syndicaat', de 'Zwolsman-connection', de familie Brennikmeijer en het mysterie van de goedkope spijkerbroek. Daarvoor reisde hij onder meer naar Honkong, Taiwan en Indonesië.
Schreef over foute notarissen, onbekwame advocaten, medische specialisten, bankiers top-ambtenaren en blunderende ministers.
Bezocht gevangenissen in Cuba, Vietnam en Venezuela.
Maakte reportages over Vietnam, Engeland, Spanje en andere Europese landen. Specialiseerde zich in berichtgeving over het 'delta-projekt' - het eeuwige verhaal van water, dijken, inpolderingen en de rol van Rijkswaterstaat.

Ging vanaf 1988 radio-reportages maken voor de Humanistische Omroepstichting.
Zijn radio-hoorspel 'De Ramp', over de overstromingen van 1 februari 1953 toen tweeduizend mensen in zuidwest Nederland omkwamen, werd drie keer onderscheiden: met de Zilveren Reiss microfoon, de J.B.Broekszprijs van de VARA en met 'The Morishige Award' in Japan voor 'het beste script'.

Schreef verschillende boeken, ondermeer over de BVD, over Cuba, over corruptie in Nederland, twee kinderboeken en 'Hoog Water' - een kritisch verslag over de manier waarop een burgemeester en een gemankeerde dijkgraaf het sein gaven voor de evacuatie van tweehonderdduizend mensen toen het rivierwater in 1995 extra waste.
In 2003 werd 'Hoog Water' opnieuw uitgegeven, deze keer bij Uitgeverij Contact. De nieuwe uitgave is geactualiseerd en aangepast.
Eind 2002 kwam het boek 'De laatste dagen van een boerenrepubliek'- Polderdistrict Betuwe vijfentwintig jaar werk en strijd- uit.
Deze publicatie behandelt de veranderingen in de Betuwe en hoe het waterschap daar met vallen en opstaan mee omging.
Dit boek is uitgeven in samenwerking met waterschap Rivierenland.

Werd in 1992 parttime verslaggever bij Argos, het radioprogramma van de VPRO. Ging in 1997 werken bij het televisie-programma Lopende Zaken van de VPRO. Maakte een aantal televisie-documentaires zoals over het vredesproces in Guatemala.

Werkte als consultant en journalistiek trainer voor ondermeer de stichting 'Doen', Press Now, OSCE, UNDP en de Europese Unie. Ging ondermeer naar Almaty (Kazachstan), Sarajewo, Albanië, Kosovo, Kroatië, Roemenië, Moskou, Bakoe (Azerbeijan) en een groot aantal andere steden in de Russische Federatie.
Gaf namens de BBC en het Radio Nederland Training Centrum trainingen aan journalisten uit het Midden-Oosten.
Was van 1989 tot 2002 als parttime docent-journalistiek verbonden aan de Erasmus-universiteit in Rotterdam.
Is sinds 2005 staff-teacher aan het Kosova Institute of Journalism and Communication in Pristina.

In februari 2004 werd het tot driemaal bekroonde hoorspel 'De Ramp' als 'The Flood' voor BBC-4 uitgezonden.

RUDIE VAN MEURS- Polderpers


Bart Tammeling

Barend Pieter Tammeling (Groningen1934 - aldaar, 19 maart 1993) was een Nederlands journalist,
columnist-commentator en auteur.
Geboren en getogen in de stad Groningen, werd hij wel de "peetvader van de journalistiek in Groningen"
genoemd.
Tammeling begon zijn journalistieke carrière bij de lokale kranten Ons Noorden en de Nieuwe Provinciale 
Groninger Courant. In 1965 stichtte hij Persbureau Tammeling en leverde hiermee bijdragen aan onder
andere Trouw, het ANP en het NOS Journaal.
Als hoofdredacteur maakte hij een succes van het huis-aan-huisblad De Groninger Gezinsbode.
Hij schreef columns in onder andere de Winschoter Courant, het Groninger Dagblad Stad en de Leeuwarder 
Courant.
Tammeling schreef talrijke gedenkboeken en een standaardwerk over de kranten in Groningen en Drenthe
getiteld De krant bekeken (1988).


Ineke Holtwijk Over Bart Tammeling

(1955) werd in Groningen geboren en groeide op in Noord Brabant.
Zij studeerde Nederlandse taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit in Groningen. 
Ze werkte na haar studie als lerares Nederlands maar week na twee jaar uit naar de journalistiek. 

Het zaadje daarvoor was al gelegd tijdens de studie.
Het bijvak massacommunicatie bracht haar op het kantoor van 
de Groninger Gezinsbode, een even professioneel als
uitgesproken huis-aan-huisblad in Groningen. 
Daar wilde zij een antwoord zoeken op de vraag ‘Wie bepaalt
wat er gezegd wordt en hoe in de media’. 
Op persbureau Tammeling waar de Groninger Gezinsbode naast
veel andere journalistieke produkten werd geschreven leidde 
de scriptievraag tot gepassioneerde gesprekken over het vak. 

Het persbureau was decennialang de broedstoof voor jong 
journalistiek talent in het noorden en Bart Tammeling, die het
tot zijn dood leidde, werd beschouwd als de nestor van de
regionale journalistiek.
Zag hij op zijn burelen iemand die het ‘heilige vuur van de 
journalistiek’ had, zoals hij het noemde, dan veranderde hij 
prompt in een enthousiaste loopbaanbegeleider. 
Hij schroomde niet de telefoon te pakken en een bevriende
 hoofdredacteur attent te maken op het talent dat hij had ontdekt
en dat in geen geval verloren mocht gaan voor Het Vak.
Zo belandde Ineke op de redactie van de Winschoter Courant, een kleine, rebelse krant in Oost-Groningen waar nog 
nooit een vrouwelijke redacteur aangeschoven was.
Ze werkte er als stadsverslaggever. 
Zelf zegt ze over die jaren:
‘Ik heb de beste school voor journalistiek gedaan die er is. Ik moest iedere dag zelf bedenken hoe ik de pagina 
– ‘mijn’ pagina - weer vol kreeg en binnen 24 uur hoorde ik op straat en in de supermarkt terug wat mijn reportages
hadden losgemaakt.’


Rob Mulder Over Bart Tammeling










Rob volgde een opleiding in de journalistiek bij Persbureau Tammeling in Groningen, als leerling-journalist. 
Dit mede op advies van Eef Brouwers, destijds hoofdredacteur van het Nieuwsblad van het Noorden.
In zijn tijd bij Persbureau Tammeling deed Rob de normale verslaggevers werkzaamheden en was hij anderhalf
 jaar verantwoordelijk voor het Harener Weekblad. 
Daarnaast waren er natuurlijk de werkzaamheden voor de opdrachtgevers van het Persbureau, zoals het 
NOS Journaal, het ANP, de Leeuwarder Courant, het Utrechts Nieuwsblad, de Haagsche Courant etcetera.
In 1989 werd Rob aangezocht door Wim Ramaker, hoofdredacteur Radio Noord, als stadsverslaggever voor 
Groningen. 
Daarnaast deed Rob in die tijd ook ‘variaprogramma’s’, programma’s voor het vermaak.
Hiervoor bleek hij talent te hebben en de programma’s die hij deed trokken grote aantallen luisteraars. 
Toenmalig collega Henk Binnendijk beschreef Rob als iemand met het talent ‘van iemand die niks iets groots kan 
maken’.
Rob voelt dit nog steeds als een groot compliment, of is dat raar?
Een link!
Robbie Mulder

Mentor in mijn leven
Bart


Ik heb een vader.
Ik heb een moeder. 
En ik had Bart.
Bart Tammeling was mijn mentor in de journalistiek. 
Als leerling journalist heb ik van hem het 
vak geleerd. 
Maar dat niet alleen. 
Bart was ook een mentor in mijn leven. 
Zo lief.
Zo grappig.
Zo gepassioneerd. 
Zo begaan.
 Van sommige mensen 
denk je dat ze er altijd zullen zijn. 
Maar op 19 maart 1993 weigerde, zoals oud-collega Hanneke Boonstra het schreef, 
‘zijn warme, liefhebbende hart nog langer te kloppen’. 
En toch is hij er nog steeds.


JAN SLOOTHAAK

Koop Westerhof

door Jan Sloothaak ( Trouw 2 oktober 1982)

De elfde overleefde de executie

Tien april 1945.
Bij het kerkhof van Diever executeren de Duitsers elf dorpelingen.
Tien inwoners van dit Drentse dorpje sneuvelden, de elfde overleeft executie.
In het jongste deel van de geschiedschrijving over de tweede Wereldoorlog mempreert dr. L. de Jong dit voorval nog eens, zij het summier.
Met Koop Westerhof, de overlevende, terug naar het kerkhof van Diever.
een relaas over een drama dat zich voltrok aan de vooravond van de bevrijding
             
10- 10- 1916. Koop Westerhof-18- 09- 1995

"Mijn buurman Roelof Hunneman lag bovenop me.
Hij stierf daar ook.
Ik hoorde ze zeggen"
Deze maken we met een schot wel dood".
Het schot viel.
De onder hem liggende Koop Westerhof bleef evhter in leven.
De kogel die ook hem van het leven had moeten beroven, kwam in zijn heup terecht en zit er nu nog.


"De dokter zegt dat hij wel kan blijven zitten zo lang hij geen botje raakt." zegt de inmiddels 65-jarige Westerhof. 
Weinigen zullen - net als hij - kunnen navertellen hoe ze een executie overleefden. 
Het verhaal van de moordpartij in Diever waar de Duitsers elf mannen voor de mitrailleur zetten.
We zitten voor het raam van het huis aan de Peperstraat waar de toen 28-jarige Westerhof indertijd ook al samen met  zijn moeder woonde.
 "Het gebeurde op 10 april, een dag voor we bevrijd werden.
Even verderop hadden de Duitsers zich ingekwartierd in de gereformeerde school. Daar zat ook de uit Amsterdam afkomstige NSB'er Gert van der Veen. 
Die ging er op een gegeven moment met twee koffers vandoor. richting Steenwijk waar zijn zoon bij de SS was."
Jan Roosjes, de zon van het schoolhoofd, hield tegen om de inhoud van de koffers te controleren.
Dat leidde tot een handgemeen.
De NSB'er ging er vandoor, maar kwam later met de Duitser terug.
Eerst een klein groepje, maar op een gegeven moment waren er wel 250 Duitsers in het dorp vertelt Westerhof.
Er werden lukraak mensen opgepakt.
Roelof Hunneman en Koop Westerhof zagen kans er tussenuit te knijpen naar het bos.
Toen ze dachten dat het weer veilig was, keerden ze terug.
Dat bleek een fatale misrekening te zijn..
Plotseling doken van achter enkele korenmijten twee Duitsers op, die hen oppakten en naar een auto- bunker brachten.
Later werden de mannen naar een kruispunt aan de rand van het dorp gebracht waar de andere opgepakte dorpelingen al zaten.

KINDEREN

Bij de arrestanten zaten ook twee broers uit Oss, evacuëetjes, van wie de jongste veertien was.
De mannen spraken weinig met elkaar.
"Herman Bennen die naast me zat, zei wel:
"Als we vrij zijn kopen we eerst een moller".
Maar de postbesteller Klaas Daleman zei:
"We worden doodgeschoten".
De mannen werden gedwongen in een wagen te stapopen.
Alleen een oude man van tachtig die het niet meer aan kon werd achtergelaten.
De Duitsers gebruikten geen geweld maar schreeuden en tierden geweldig.
Het ging kerkoh.
Onderweg hield de vrouw van Klaas Daleman de wagen nog.
Westerhof:
"Ze stak gewoon de hand op en de auto stopte".
Ze gaf haar man een jas met de woorden:
"Geef me maar een hand, want we zullen elkaar wel niet meer zien".
Westerhof zelf dacht eigenlijk dat ze naar Duitsland werden getransporteerd.
Hij vertelt zijn verhaal rustig, zegt ook nooit een moment van streek te zijn geweest.
"Ik heb er nooit last van gehad, geen nachtmerries of zo, ook nu nog.
Gelukkig niet".
In de herinnering van Westerhof stonden de elf mannen wel anderhalf uur met de handen omhoog tegen de dijk die het kerhof omringde.
Op de vraag van een van hen werd gezegd dat er iemand uit Steenwijk zou komen om hem te verhoren.
"Als iemand moest plassen moest hij een vinger opsteken en dan mocht het.
We voelden ons net schoolkinderen".
Op een gegeven moment arriveerde een dichte jeep uit Steenwijk.
Maar allerminst voor een verhoor.

MITRAILLEUR

Ër stapte zo'n boef uit die zonder enige waatschuwing met een mitrailleur over ons heen maaide"
Alle mensen waren niet direct dood.
Westerhof herinnert het gekreun om zich heen van zijn getroffen dorpsgenoten.
Zijn buurman was over hem gevallwen.
De Duitsers wilden er een eind aan maken door iedereen een genadeschot te geven.
Er waren ook Nederlanders bij.
Koop Westerhof herinnert zich nog hoe in het Nederlands gezegd werd dat voor hem en zijn buurman een schot wel voldoende was.
"Maar of die Nederlander ook schoot weet ik niet. Ik lag met mijn gezicht naar beneden".
Nadat het lugubere werk was gedaan, bleef Westerhof muisstil liggen.
"Het was april.
Mooi weer, maar wel koud.
Ik voelde echter geen kou en probeerde mijn aden in te houden.
Als ze me zagen bewegen, was het toch toch nog met me gedaan".
Na twee en een half uur hoorde Westerhof roepen: 
"Aanrukken, de vijand komt". 
Alle geluiden verstomden.
"Ik deed mijn klompen aan om harder  weg te kunnen rennen, maar toen bleek dat ik alleen maar kon kruipen". 
Het drama had zich voltrokken voor de ogen van een deel van het dorp.
Mevrouw Houwer zag uit het raam van haar huis hoe op vijfenzeventig meter afstand haar man Nicolaas en zoon Koop werden afgemaakt.
Koop westerhof kroop haar huis met opzet voorbij.
"Ik kon daar tocht niet aankomen."
Hij kroop verder naar een ander huis waar hij de nacht bloedend en zonder dat er medische hulp te krijgen was op de vloer doorbracht.

BEGRAVEN

De volgende dag werd hij naar het Rode Kruisgebouw in Diver vervoerd.
Enkele weken later was hij hersteld.
De lijken van de doodgeschoten mensen werden door de dorpelingen zelf opgehaald en in het Schultehuis opgebaard.
Ze werden naast elkaar begraven op het kerkhof waar ze ook de dood vonden.
Tot een jaar of 25 daarna is er nog een herdenking gehouden.Er werden dan kransen op de graven gelegd.
In die tijd werd er ook nog veel over gesproken, ni niet meer zo veel". zegt Westerhof.
Hij heeft zijn hele leven in de wegenbouw gewerkt, tot hij twee jaar geleden de VUT in ging.
Zijn vrouw leerde hij pas na de oorlog kennen.
De gebeurtenissen hadden plaats in in de nadagen van de oorlog.
De Duitsers waren zenuwachtig en stonde onder zware druk.
Ere hoefde maar het minste of geringste te gebeuren of ze schoten mensen dood.
Ook in andere steden en dorpen werden lukraak doodgeschoten.
Het was in de tijd dat het tweede Canadese legerkorps oprukte.

PARACHUTISTEN

Boven Drente werden overal (meestal Franse) parachutisten neergelaten.
Bij Appelscha en Diever kwamen er zo'n vijftig neer.
De nazi's dachten dat ook bij Diver het bos vol lag.
In werkelijkheid waren er maar acht.
er werden in de omgeving verscheidene Duitsers doodgeschoten.
Vlak voor de executie in Diever was de beruchte NSM- burgemeester Posthumus door de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) in het gemeentehuis opgepakt.
De Franse parachutisten namen hem mee en bonden hem in het bos aan een boom vast.
In een rapport dat in 1949 werd opgemaakt en dat nog in de archieven van de Stichting '40- '45 te Groningen ligt opgeslagen, is te lezen dat de tactiek van de parachutisten to levensgevaarlijke situaties voor de bevolking kon leiden.
"In Diever ontstond een wonderlijke en hoogst gevaarlijke toestand.
De BS was gedeeltelijk in actie, verrichtte reeds enkel arrestaties, maar de parachutisten waren weer teruggetrokken in de bossen (.......)
Op vele plaatsen, zoals te Diever en o.m. ook te Hoogeveen leidde de tactiekder parachutisten bestaande uit kleine overrompelende acties, echter tot grote rampen voor de burgerbevolking, die ten onrechte op het vertrouwde bij een tegenactie der Duitsers".
In Diever viel ook nog een andere dode: de verzetsman Jan Koning, toen deze probeerde de parachutisten te hulp te roepen.
Hij werd gedood door een Duitser, die op zijn beurt werd neergeschoten door een parachutist.
Daardoor kon een amdere verzetsman, Hendrik Zoer, het bos toch bereiken.
Diever werd voor de tweede keer zwaar getroffen.
In 1944 waren er al illegale werkers massaal afgevoerd
.Op 11 april bleven de Duitsers weg en op 12 april werd de bevrijding van het dorp officieel
De NSB'er Gerrit van der Veen, de aanstichter van het bloedbad, wetd later gearresteerd en in Diever opgesloten tussen een bevolking die ziedend op hem was.
Hij hing zich in zijn cel, aldus het rapport van de Stichting '40- '45

GERECHTSHOF

Koop Westerhof is later npg oog in oog komen te staan met de SD- commandant Badener, onder wiens verantwoordelijkheid de executie werd voltrokken.
Voor het bijzonder gerechtshof in Arnhem moest hij tegen hem getuigen.
"Toen ik op een kaart aanwijzingen gaf, zag hij kans me een tik op mijn handen te geven". 
En, troch even emotioneel:
"Als ik toen een revolver had gehad was ik in staat geweest hem dood te schieten".
Meteen weer bedaard en kalm:
"Ik herkende hem meteen, maar hij ontkende.
Dat zou ik ook hebben gedaan.
Later gaf hij toch toe".

Badener, die veel doden in Frankrijk, België en Nederland op zijn geweten had, werd in alle drie landen ter dood veroordeeld en is in België gefusilleerd.


Aan de WIPSTRAAT in Groningen


Het teken van de uitgeverij JAN HAAN in de volksmond "JAN TUDE"
Jan Sloothaak bleef in Groningen aan de WIPSTRAAT over van de redactie van de Nieuwe Provinviale Groninger Courant samen met onze vader Jan de Haan.

De artikelen die ze in het Noorden maakten moesten getelext worden naar Amsterdam.
Dat gebeurde een man die de halve week voor zijn rekening nam.
Voor de andere helft van de week mocht ik gaan er zitten om te typen.
Zo geweldig was ik toen nog niet. 
Dus in het begin vroeg het toch wel tijd om het in Amsterdam te krijgen.
Vaak moest ik wachten tot zij het laatste artikel hadden getypt.
Dat telexte ik en daarna mocht ik naar huis gaan.
Ik kon merken, dat vader dit niet een ideale manier om afscheid te nemen. 
Je zag hem denken:
"Van mij mag het pensioen wel begonnen, dan kan ik weer schrijven".
Er bleven maar twee van een heel koppel over.

Eigenlijk was voor mij het wel ideaal.
Het was 's avonds.
Ik ramde wat op de telex en dan was ik wel redelijk vroeg in de avond klaar.
Het leverde me een ziekteverzekering op en dat was wel prettig, anders hadden mijn ouders die verzekering moeten betalen.